ECLI:NL:RBDHA:2020:7009
Rechtbank Den Haag · 27-07-2020 · zaaknummer NL20.12478
Inhoudsindicatie
Niet tijdig beslissen. Gegrond. Volgens verweerder is sprake van een overmachtssituatie door het coronavirus. De rechtbank volgt dit standpunt voor de periode van 16 maart tot 16 mei 2020, maar de werking van de dwangsom wordt in deze zaak niet opgeschort. Aangezien de beslistermijn nog liep tijdens de overmachtsperiode, had verweerder de beslistermijn kunnen verlengen om het verbeuren van een dwangsom te voorkomen, zoals ook in andere zaken is gebeurd. Dat verweerder dit niet heeft gedaan, komt voor zijn eigen rekening. Twee weken na de ingebrekestelling zijn 42 dagen verstreken. De maximale bestuurlijke dwangsom is dus verbeurd. De rechtbank legt een afwijkende beslistermijn op, waarbij de 21 maandentermijn in acht wordt genomen. Gelet op de recente Afdelingsjurisprudentie acht de rechtbank een termijn van 16 weken redelijk. Als deze termijn wordt overschreden, verbeurt verweerder een rechterlijke dwangsom van 100 euro per dag, met een maximum van 7500 euro.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
