Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:6366

Rechtbank Den Haag · 06-07-2020 · zaaknummer C/09/594134 / KG RK 20-708

Civiel rechtGepubliceerd 13-07-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing wrakingsverzoek. Het wrakingverzoek richt zich tegen een bericht dat de rechters hebben gestuurd, waarin melding wordt gemaakt van diverse processuele beslissingen in de hoofdzaak (betreffende een door verzoeker van gedaagden gevorderde schadevergoeding) en in een verzoekschriftprocedure (betreffende een door verzoeker ingediend verzoek voorlopig getuigenverhoor). De wrakingskamer overweegt dat en waarom zij een aantal van de genomen beslissingen niet onbegrijpelijk acht en dat van omstandigheden die maken dat deze beslissingen althans de motivering daarvan niet anders kunnen worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechters niet is gebleken. De veronderstelling van verzoeker dat de rechters met (de motivering van) de beslissingen feitelijk al “laten doorschemeren” dat zij het niet noodzakelijk achten om getuigen te horen in de hoofdzaak of om het voorlopig getuigenverhoor toe te wijzen, acht de wrakingskamer niet terecht omdat zowel in de hoofdzaak als in de verzoekschriftprocedure op dat punt nog geen beslissingen zijn genomen. Verder is de behandeling van het verzoekschrift tot het horen van getuigen op dezelfde dag als de comparitie in de hoofdzaak volgens de rechters ingegeven door praktische redenen en verandert een behandeling op dezelfde dag ook niet dat in beide procedures de beslissing over het al dan niet toestaan van het horen van getuigen dan wel het geven van een bewijsopdracht tot het horen van getuigen nog moet worden genomen. Het ontbreken van een motivering bij de afwijzing van het gezamenlijke verzoek van partijen om een extra conclusieronde kan geen grond zijn voor wraking. Voor zover een bepaalde mededeling van de rechtbank als motivering zou moeten worden beschouwd (“verwijzing naar de rol voor conclusies van re- en dupliek valt niet onder de mogelijkheden die het coronabeleid van de rechtbank Den Haag biedt als alternatief voor een fysieke comparitie van partijen”) acht de wrakingskamer die niet onbegrijpelijk en hoe dan ook niet blijk gevend van vooringenomenheid. De wrakingskamer overweegt ten slotte dat, voor zover verzoeker nog refereert aan ander, kort gezegd, slordig handelen van de rechtbank in aanloop naar het bericht van 5 juni 2020, de rechters erkennen dat er in de procedures van verzoeker zaken niet goed zijn verlopen, met name op het vlak van de beantwoording van mails en de communicatie. Voor zover dit al opgevat moet worden als een wrakingsgrond is verzoeker daarmee te laat omdat dit gaat om communicatie (veel) eerder dan 5 juni 2020 en hij pas in zijn schrijven van 19 juni 2020 aangeeft dat dit handelen getuigt van vooringenomenheid.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.