ECLI:NL:RBDHA:2020:6360
Rechtbank Den Haag · 06-07-2020 · zaaknummer C/09/493425 / KG RK 20-634
Inhoudsindicatie
Afwijzing wrakingsverzoek. De hoofdzaak gaat over de vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing, waarbij verzoekster ook wenst dat wordt bepaald dat haar minderjarige dochter vaker onbegeleid bij haar zal verblijven. Aan het wrakingsverzoek ligt ten grondslag dat de rechter verzoekster ter zitting direct persoonlijk aansprak op het plaatsen van twitterberichten. Die hadden betrekking op zowel de gecertificeerde instelling als de rechter. Verzoekster is van mening dat de rechter daarom te emotioneel betrokken is bij de zaak en dat zij niet meer objectief over de zaak kan oordelen. Volgens de wrakingskamer valt het gevoel van verzoekster dat de rechter tegen haar is, omdat ze verzoekster op zitting nadrukkelijk op de vingers tikte, te begrijpen, maar vormt het incident niet een voldoende zwaarwegende aanwijzing voor het aannemen van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. De omstandigheid dat het standje niet de inhoud van de zaak betrof, betekent niet dat de rechter dit niet aan de orde mocht stellen. Als verzoekster tijdens de mondelinge behandeling “lelijke dingen” had gezegd over de gecertificeerde instelling of over de rechter (zoals de uitlatingen blijkens het proces-verbaal door de rechter zijn gekwalificeerd), zou verzoekster daar ook op aangesproken zijn in het kader van de goede procesorde.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- C.F. Mewe
- H.M.M. de Vries-Veringa
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
