ECLI:NL:RBDHA:2020:6355
Rechtbank Den Haag · 10-07-2020 · zaaknummer C/09/595247 / KG RK 20-830
Inhoudsindicatie
Verzoek afgewezen. Verzoeker heeft de rechter gewraakt in zaken omtrent de omgang (verzoek moeder) en omtrent een machtiging tot uithuisplaatsing (verzoek Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland). Verzoeker legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de rechter vooringenomen is. Deze vooringenomenheid blijkt volgens verzoeker uit de aandacht die de moeder en de Stichting Jeugdbescherming krijgen, waardoor er niet genoeg aandacht is voor wat de kinderen zelf willen. Verder voert verzoeker aan dat er procedureel dingen niet volgens de spelregels verlopen. De klachten zien niet op beslissingen van de rechter in de lopende verzoeken. Immers de rechter heeft nog niet op de verzoeken beslist. De wrakingskamer kan er alleen al hierom niet van uitgaan dat de rechter zich bij haar oordeelsvorming eenzijdig of onevenredig veel laat leiden door hetgeen door of namens de belanghebbenden ten aanzien van deze verzoeken naar voren wordt gebracht. Verder heeft de rechter grote vrijheid bij de wijze van behandeling van de verzoeken. Niet is gebleken dat bij de behandeling van de verzoeken het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden of dat verzoeker anderszins ongelijk is behandeld, en zeker niet op een wijze dat verzoeker – vergeleken met de moeder en Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland – zodanig weinig is staat is gesteld zijn standpunt naar voren te brengen dat hieruit de schijn van partijdigheid kan voortvloeien.
Rechters
Advocaten
- S.I. Geerling
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
