Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:6159

Rechtbank Den Haag · 25-06-2020 · zaaknummer 19/5659

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 08-07-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afsluitingsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen, gelijkheidsbeginsel Artikel 8 EVRM Samenvatting: Verzoeker heeft vrijstelling gevraagd van het mvv-vereiste op grond van de Afsluitingsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen. Verweerder heeft zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op het standpunt mogen stellen dat verzoeker niet aan de voorwaarde voldoet dat door of voor hem vijf jaar voor het bereiken van de achttienjarige leeftijd een asielaanvraag is ingediend. Toch wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe om de volgende redenen. Verzoeker heeft een gemotiveerd beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en dit onderbouwd aan de hand van verschillende gevallen waarin wel een verblijfsvergunning is verleend. Het bij herhaling verlenen van een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling of eerdere regelingen zonder dat is voldaan aan voorwaarde b kan duiden op een uitvoeringspraktijk. Verweerder kan dan niet volstaan met de stelling dat sprake is van ambtelijke misslagen, maar zal in de beslissing op bezwaar nader moeten motiveren waarom dat zo is en waarom de andere gevallen die verzoeker noemt niet gelijk zijn. Verder heeft verweerder de door verzoeker aangevoerde en onderbouwde omstandigheden niet bij de toets aan artikel 8 van het EVRM betrokken. Verzoeker heeft in zijn bezwaargronden uitvoerig toegelicht en onderbouwd dat sprake is van schending van het recht op privéleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Verzoeker heeft gesteld dat hij door de problemen met zijn ontwikkeling, intelligentieniveau, onderwijsbehoefte en opvoedsituatie ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad als hij niet in Nederland kan verblijven. Tot nu toe heeft verweerder deze omstandigheden niet bij de toets aan artikel 8 van het EVRM betrokken. Daarmee heeft verweerder niet conform zijn Werkinstructie gehandeld. Bovendien hebben verzoekers er terecht op gewezen dat Werkinstructie 2019/16 vermeldt dat horen in beginsel deel zal uitmaken van een zorgvuldige besluitvorming in zaken waarin 8 EVRM-aspecten aan de orde zijn. Het ligt daarom voor de hand dat verweerder in de bezwaarprocedure alsnog een hoorzitting houdt voordat hij op het bezwaar beslist.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.