Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:6069

Rechtbank Den Haag · 06-07-2020 · zaaknummer NL20.5459

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 06-07-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bekering – betrekken vorige procedure om tegenstrijdigheid tegen te werpen in dit geval onzorgvuldig – samenwerkingsplicht - beoordeling pijler twee en drie van de vaste gedragslijn is onvoldoende gemotiveerd – weging pijler twee en drie is niet kenbaar verricht - beroep gegrond. Tijdens het aanmeldgehoor in de eerste asielprocedure heeft eiser verklaard dat hij religieus is en sjiitisch moslim. Deze vraag is echter niet gesteld in het gehoor over zijn asielmotieven maar in het aanmeldgehoor op het moment dat basisgegevens werden verzameld zoals adres, samenstelling van familie en eventuele studie en militaire dienstplicht. Tijdens het eerste gehoor in de eerste asielprocedure heeft eiser opnieuw aangegeven dat hij sjiitisch moslim is maar dat hij niet praktiserend is. Omdat de vragen door verweerder in de vorige procedure vanuit een ander perspectief zijn gesteld en op deze aspecten van het relaas toen –begrijpelijk- niet is doorgevraagd, is het naar het oordeel van de rechtbank niet zorgvuldig om de verklaringen in de eerste procedure die zien op het al dan niet de islam aanhangen nu als motivering te gebruiken om het afstand van de islam niet aannemelijk te achten. Reeds bij de M35-O is de getuigenis afgelegd ter gelegenheid van de doop als een van de producties overgelegd om het relaas aannemelijk te maken. Verweerder heeft door geen vragen te stellen over de getuigenis, maar de inhoud van de getuigenis wel ten grondslag te leggen aan zijn motivering dat de bekering niet aannemelijk is onzorgvuldig en in strijd met de samenwerkingsplicht gehandeld. Verweerder moet immers eiser niet alleen in de gelegenheid stellen om zelf zijn relaas vrij naar voren te brengen, maar moet proberen met nadere vragen duidelijkheid te verkrijgen over de inhoud en strekking van de verklaringen van eiser en eiser zodoende daadwerkelijk in staat stellen zijn relaas ook zo goed mogelijk naar voren te brengen. Zoals ter zitting besproken ter zitting is aan eiser slechts een beperkt aantal kennisvragen gesteld waarbij is gebleken dat eiser alle vragen “goed” heeft beantwoord. De rechtbank gaat er van uit dat indien verweerder de verklaringen van eiser op dit punt niet overtuigend zou hebben gevonden er meer vragen aan eiser waren gesteld. Verweerder moet in het kader van zijn samenwerkingsplicht ook door middel van het stellen van vragen over basale kennis van het christendom eiser in de gelegenheid te stellen zijn bekering aannemelijk te maken De beoordeling van de kennis wekt de indruk dat ongeacht de beantwoording van de vragen door eiser, de vragen over kennis nimmer kunnen bijdragen aan de conclusie dat sprake is van een geloofwaardig te achten bekering, In die zin heeft verweerder in het onderhavige geval geen enkele waarde toegekend aan de tweede pijler terwijl die wel die kenbaar moet worden gewogen bij het beoordelen van het relaas. De rechtbank overweegt dat de verklaringen van derden nieuwe inzichten bieden zoals bedoeld in de werkinstructie. Er is immers geen sprake van een alternatieve geloofwaardigheidsbeoordeling, maar van een beschrijving van feitelijke gedragingen van eiser in de geloofsgemeenschap en de (veranderde) houding die hij daarin laat zien. Ter zitting is nader aangevuld dat de getuige eiser negen maanden bij hem in huis onderdak heeft geboden. De rechtbank overweegt dat de beschrijvingen van deze derde van de gedragingen van eiser zijn gebaseerd op dagelijks contact en dus op méér dan een wekelijkse ontmoeting in de kerk of bij een bijbel-les. Deze getuige is door zijn intensieve contact met eiser in staat geweest om gedurende een lange periode feitelijke waarnemingen te doen en hij heeft deze waarnemingen beschreven in zijn verklaring. Verweerder heeft dit aspect van de verklaringen van deze derde echter niet kenbaar betrokken bij de weging in relatie tot de verklaringen die eiser zelf heeft afgelegd over zijn motieven om zich te bekeren en het proces dat hij daartoe heeft doorlopen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.