ECLI:NL:RBDHA:2020:5725
Rechtbank Den Haag · 23-06-2020 · zaaknummer NL20.9464
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de motivering in het bestreden besluit onvoldoende dat verweerder zorgvuldig heeft onderzocht wat de bewijswaarde is van de oproepen en dus of sprake is van nieuwe elementen of bevindingen, zoals hij volgens de uitspraak van 6 september 2019 moest doen. De rechtbank wijst op de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 3 december 2003. In deze uitspraak is geoordeeld dat ook wanneer niet duidelijk is waarom iemand bij het politiebureau dient te verschijnen, niet op voorhand is uitgesloten dat die oproep verband houdt met persoonlijk gerichte negatieve aandacht van de autoriteiten. De rechtbank vindt daarbij van belang dat eiser ter zitting heeft toegelicht dat Hamas het veiligheidsapparaat domineert - wat verweerder niet heeft betwist – en een verband geeft tussen de oproepen en eisers vrees voor Hamas.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
