ECLI:NL:RBDHA:2020:5633
Rechtbank Den Haag · 22-06-2020 · zaaknummer C/09/589670 / KG RK 20-334
Inhoudsindicatie
Afwijzing van het wrakingsverzoek dat zich richt tegen een procedurele beslissing. De wrakingskamer is van oordeel dat uit de beslissing van de bestuursrechter en de motivering daarvan om verzoeker niet toe te laten de in de pleitnota aangekondigde en meegebrachte getuige ter zitting aanvullend te laten verklaren, niet kan worden afgeleid dat de bestuursrechter hiermee is vooruitgelopen op de inhoudelijke beoordeling van de zaak, noch heeft hij hiermee op enige wijze de schijn van partijdigheid, dan wel vooringenomenheid jegens verzoeker gewekt. Ook anderszins is de wrakingskamer niet gebleken van vooringenomenheid van de bestuursrechter jegens verzoeker. De wrakingskamer heeft daarbij in aanmerking genomen dat voor de bestuursrechter specifieke regels gelden met betrekking tot het passeren van bewijsaanbiedingen door het horen van getuigen. Het oordeel van de bestuursrechter is in lijn met dit kader, te meer daar de bestuursrechter in zijn reactie op het wrakingsverzoek aanvullend en onweersproken heeft betoogd dat bij beroepschrift van 18 juli 2019 van de aangekondigde getuige door middel van een productie al een schriftelijke verklaring was ingebracht.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
