ECLI:NL:RBDHA:2020:4864
Rechtbank Den Haag · 03-06-2020 · zaaknummer AWB 20/3766
Inhoudsindicatie
Het COa heeft bij besluit van 10 april 2020 verzoeker op grond van artikel 11, eerste lid, van de Rva 2005 geplaatst in de handhavings- en toezichtlocatie (htl) in Hoogeveen (het plaatsingsbesluit). De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vanwege het plaatsingsbesluit eveneens bij besluit van 10 april 2020 met toepassing van artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verzoeker de verplichting opgelegd om met ingang van 10 april 2020 te verblijven op het terrein van de htl en het naastgelegen park. Verzoeker heeft tegen het plaatsingsbesluit beroep ingesteld en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Ook heeft hij tegen de artikel 56Vw-maatregel beroep ingesteld. De rechtbank heeft bij uitspraak van 25 mei 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4558, het beroep tegen de artikel 56Vw-maatregel ongegrond verklaard, omdat, kortgezegd, in het geval van verzoeker geen sprake is van vrijheidsontneming. De voorzieningenrechter heeft in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval niet kan worden gezegd dat door het plaatsingsbesluit alleen al sprake is van vrijheidsontneming. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.”
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
