ECLI:NL:RBDHA:2020:4600
Rechtbank Den Haag · 19-05-2020 · zaaknummer NL20.10333
Inhoudsindicatie
Zicht op uitzetting is geen voorwaarde bij een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw. Ook bij de beoordeling van een lichter middel en de vraag of de maatregel van bewaring onevenredig bezwarend is, is geen ruimte voor argumenten die zien op het zicht op uitzetting. Verweerder heeft bij de verlenging van de maatregel daarom terecht niet beoordeeld of zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
