ECLI:NL:RBDHA:2020:4417
Rechtbank Den Haag · 19-05-2020 · zaaknummer NL20.10861
Inhoudsindicatie
Dublin – verstrijken overdrachtstermijn – IND vraagt zelf voorlopige voorziening of ordemaatregel – verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter heeft op 21 april 2020 uitspraak gedaan waarin is overwogen dat een verzoek om een voorlopige voorziening van de vreemdeling niet wordt toegewezen enkel omdat de IND zich hiertegen niet verzet (ECLI:NL:RBDHA:2020:3658). Toewijzing van dit verzoek is in strijd met de uitgangspunten van de Dublinverordening. In het onderhavige geval heeft de vreemdeling geen verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het wekt bevreemding dat aan de rechter wordt verzocht om “te bezien of er mogelijkheden zijn om te bewerkstelligen dat de termijn voor de tenuitvoerlegging van de overdracht aanvangt met de beslissing op beroep”. De IND vraagt hiermee, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, of de rechter de overdrachtstermijn van Dublinverordening wil omzeilen en daarmee een uitspraak wil doen die in strijd is met de ratio van de overdrachtstermijn, zoals opgenomen in de Dublinverordening. De IND tracht met dit verzoek dan ook op oneigenlijke wijze te bewerkstelligen dat de overdrachtstermijn wordt gestuit en eerst aanvangt na de beslissing van de rechter op het beroep. Het verzoek wordt afgewezen en de behandeling van het beroep wordt, in overleg met partijen, voortgezet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
