ECLI:NL:RBDHA:2020:3658
Rechtbank Den Haag · 21-04-2020 · zaaknummer NL20.6494
Inhoudsindicatie
Geen voorlopige voorziening om verstrijken overdrachtstermijn door corona-maatregelen in Dublinprocedure te voorkomen. De voorzieningenrechter begrijpt dat verweerder het onwenselijk acht dat hij verantwoordelijk wordt voor de asielaanvraag van verzoeker indien de overdrachtstermijn verloopt. De voorzieningenrechter ziet hierin echter geen aanleiding om de gevraagde voorziening te treffen of ambtshalve een voorziening of ordemaatregel te treffen. Door de corona-pandemie zijn feitelijke overdrachten thans niet mogelijk. Dit kan tot gevolg hebben dat de overdrachtstermijn van zes maanden na totstandkoming van een claimakkoord ongebruikt verstrijkt. De Dublinverordening voorziet niet in de mogelijkheid voor lidstaten om de overdrachtstermijn te verlengen of te stuiten als ten gevolge van een pandemie de interne grenzen van de Unie zijn gesloten of grensoverschrijdend verkeer feitelijk niet kan plaatsvinden. De Dublinverordening behelst voorts dat de vreemdeling snel duidelijkheid wordt geboden over de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag. Ook dit uitgangspunt van de Dublinverordening verzet zich tegen toewijzing van de voorlopige voorziening zoals verweerder dit thans voorstaat. De voorzieningenrechter vindt thans steun voor deze redenering in de “Mededeling van de Commissie – COVID-19: Richtsnoeren betreffende de uitvoering van de relevante EU-bepalingen op het gebied van de asiel- en terugkeerprocedures en betreffende hervestiging” van 17 april 2020 (2020/ 126/02). De Commissie overweegt –onder meer- : “Wanneer een overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat niet binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd, verschuift de verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de Dublinverordening naar de lidstaat die om de overdracht heeft verzocht. De verordening bevat geen bepaling die toestaat van deze regel af te wijken in een situatie zoals die welke als gevolg van de COVID-19-pandemie is ontstaan.” De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat het treffen van een voorlopige voorziening om –kort gezegd- te verzekeren dat de corona-crisis de feitelijke overdracht niet belemmert in strijd is met de Dublinverordening en de strekking van de bovenstaande mededeling van de Europese Commissie. Het verzoek wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
