ECLI:NL:RBDHA:2020:3631
Rechtbank Den Haag · 20-04-2020 · zaaknummer NL20.4418
Inhoudsindicatie
Nu de rechtbank bij uitspraak van 2 september 2019 verweerder heeft opgedragen binnen acht weken een eerste gehoor af te nemen en de uitspraak op diezelfde datum is verzonden, had verweerder dit uiterlijk op 28 oktober 2019 moeten doen. Vanaf 29 oktober 2019 verbeurt verweerder een dwangsom van € 100,- per dag. Het maximum van de dwangsom is in voornoemde uitspraak van 20 september 2019 bepaald op € 15.000,-. Dat betekent dat over een periode van 150 dagen na 29 oktober 2019 nog dwangsommen worden verbeurd. De dwangsomperiode was op 18 februari 2020, de datum dat het onderhavige beroep is ingediend, nog niet verstreken. De prikkel om een besluit te nemen was ten tijde van de indiening van het onderhavige beroep dus nog steeds aanwezig. beroep niet-ontvankelijk
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
