ECLI:NL:RBDHA:2020:3330
Rechtbank Den Haag · 10-04-2020 · zaaknummer NL20.7389
Inhoudsindicatie
Opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel in de grensprocedure. De rechtbank stelt vast dat zij tijdens deze procedure ten aanzien van het horen van de vreemdeling geen onderzoek heeft verricht conform de door de Afdeling genoemde voorgeschreven wijze, genoemd in haar uitspraak van 7 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:991. De rechtbank kan hiervan dus ook geen blijk geven in haar uitspraak. In dit specifieke geval is de maatregel onrechtmatig vanaf datum sluiting onderzoek. Voorliggende periode is rechtmatig. Schadevergoeding. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
