ECLI:NL:RBDHA:2020:3152
Rechtbank Den Haag · 26-03-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 6665
Inhoudsindicatie
In geschil is de hoogte van het door verweerder vastgestelde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Op 1 januari 2015 bestond het vermogen van eiser geheel uit bank- en spaartegoeden. Deze tegoeden behoren tot de rendementsgrondslag voor box 3. Dat een gedeelte van deze tegoeden door eiser wordt beschouwd als zijn pensioenvoorziening maakt dat niet anders. De wetgever heeft immers geen uitzondering gemaakt voor bank- en spaartegoeden die dienen als oudedagsvoorziening. In dat verband is van belang dat het gedeelte van de tegoeden die eiser als zijn pensioenvoorziening beschouwt fiscaalrechtelijk niet als pensioenvoorziening kwalificeert. Derhalve gelden voor (dit gedeelte van) eisers spaartegoeden niet dezelfde regels als voor pensioen dat is opgebouwd via een fiscaal gefacilieerde pensioenregeling. Verweerder heeft de bank- en spaartegoeden van eiser dan ook terecht tot de rendementsgrondslag voor box 3 gerekend. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
