ECLI:NL:RBDHA:2020:2521
Rechtbank Den Haag · 20-02-2020 · zaaknummer AWB - 19 _ 4673
Inhoudsindicatie
In geschil is of sprake is van gebruikte auto’s en daarom Bpm verschuldigd is met vermindering op grond van artikel 10 van de Wet Bpm. De door eiseres genoemde omstandigheden, zoals het tijdsverloop tussen vervaardiging en registratie, vormen echter geen aanleiding om de auto’s alsnog als gebruikt aan te merken. De rechtbank gaat verder voorbij aan het verzoek van eiseres om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ over het toetsingskader van de Hoge Raad. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat verweerder terecht het tarief van 2017 heeft toegepast, gelet op het tijdstip van registratie van de auto’s. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
