ECLI:NL:RBDHA:2020:1850
Rechtbank Den Haag · 21-02-2020 · zaaknummer NL20.868
Inhoudsindicatie
Beroep bij niet tijdig beslissen, gegrond. Termijn van acht weken om te starten met de algemene asielprocedure door het houden van een eerste gehoor. Als de aanvraag van eiser overgaat naar de verlengde asielprocedure moet verweerder alsnog binnen acht weken na het eerste gehoor een beslissing op de aanvraag nemen. Verweerder voert verder aan dat onder de omstandigheden het opleggen van ‘standaarddwangsommen’ in asielzaken buiten proportie is. Het opleggen van een dwangsom zal zijn doel voorbij schieten en zal niet leiden tot kortere beslistermijnen. Een dwangsom van € 100,- per dag staat dan ook niet in verhouding tot de belangen van aanvragers. Verweerder verwijst hierbij naar de rechtspraak over de redelijke termijn in het licht van artikel 6 van het EVRM. Daar wordt de onredelijke lange termijn van een (juridische) procedure gecompenseerd met een bedrag van € 500.- per afgeronde procedure van zes maanden. Uit de vaste rechtspraak over artikel 6 van het EVRM blijkt dat wanneer sprake is van overschrijding van een redelijke termijn in een nationale procedure een effectieve mogelijkheid voor vergoeding van de schade moet bestaan. Voor de vraag of grond bestaat voor het toekennen van een schadevergoeding is, naast het vereiste van onrechtmatige besluitvorming, tevens vereist dat daardoor schade is berokkend aan eiser. Dat is echter niet de vraag die hier speelt. Want het gaat hier het niet om een schadevergoeding, maar om een dwangsom ter bevordering van een snelle besluitvorming. De rechtbank ziet in wat verweerder aanvoert geen aanleiding om af te wijken van de vaste in uitspraken neergelegde praktijk om ook in zaken als de onderhavige bij de dwangsom een bedrag van € 100,- per dag te hanteren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
