ECLI:NL:RBDHA:2020:15232
Rechtbank Den Haag · 17-12-2020 · zaaknummer NL20.9630
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat verweerder de misdrijven die eiser heeft gepleegd tijdens minderjarigheid bij de toepassing van de glijdende schaal van artikel 3.86 van het Vb mocht betrekken. In dat artikel staat namelijk expliciet dat jeugddetentie aanleiding kan zijn voor het intrekken van een verblijfsvergunning. Dat eiser meerderjarig was op het moment van intrekking van zijn verblijfsvergunning, maakt dat niet anders. De rechtbank oordeel dat uit het besluit volgt dat eisers land van herkomst Soedan is. Verweerder heeft daarmee gemotiveerd naar welk land eiser moet terugkeren. Dat eiser niet wordt uitgezet betekent niet dat aan het terugkeerbesluit geen betekenis meer toekomt, enkel dat verweerder het beginsel van non-refoulement in acht heeft genomen door niet tot gedwongen uitzetting over te gaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
