ECLI:NL:RBDHA:2020:13771
Rechtbank Den Haag · 19-11-2020 · zaaknummer NL 20.6361 einduitspraak VK
Inhoudsindicatie
Zwaar inreisverbod, artikel 66a, zevende lid van de Vw, individuele omstandigheden. De rechtbank constateert dat verweerder heeft nagelaten om tijdens het verhoor van 6 maart 2019, dan wel op enig ander moment in de bestuurlijke fase, aan eiser kenbaar te maken dat individuele omstandigheden aanleiding kunnen geven tot het afzien van de oplegging van het inreisverbod dan wel verkorting van de duur van daarvan en dat het aan eiser is dergelijke individuele omstandigheden naar voren te brengen. Daardoor heeft verweerder eventuele individuele omstandigheden aan de zijde van eiser niet bij zijn beoordeling en bij de motivering van het bestreden besluit kunnen betrekken. Gelet op het voorgaande, is het inreisverbod onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
