ECLI:NL:RBDHA:2020:13770
Rechtbank Den Haag · 29-10-2020 · zaaknummer NL20.14163
Inhoudsindicatie
Vijfde aanvraag. Verweerder heeft de vreemdeling niet gehoord, omdat sprake is van een opvolgende aanvraag en verweerder van oordeel was dat hij de aanvraag kon beoordelen zonder gehoor. Uiteindelijk heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling niet hoeft te worden gehoord als de aanvraag niet-ontvankelijk wordt verklaard. Als van niet-ontvankelijkverklaring wordt afgezien, moet wel worden gehoord. Voor zover artikel 3.118b van het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt toegepast bij opvolgende aanvragen die als kennelijk ongegrond worden afgewezen, is dat in strijd met de Procedurerichtlijn. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
