ECLI:NL:RBDHA:2020:12649
Rechtbank Den Haag · 12-11-2020 · zaaknummer C/09/602061 / KG RK 20-1350
Inhoudsindicatie
Het wrakingsverzoek voor zover het ziet op het eerdere optreden van de rechter tijdens de raadkamerprocedures in 2019 is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. Het wrakingsverzoek voor zover het ziet op de eerdere betrokkenheid van de rechter en haar bejegening van verzoeker ter terechtzitting van 4 november 2020 is afgewezen. De wrakingskamer is van oordeel dat de door verzoeker aangevoerde omstandigheden geen reden vormen om aan te nemen dat de rechter – nadat zij tweemaal eerder in raadkamer, meervoudig, heeft beslist op verzoeken tot opheffing van het gebiedsverbod – jegens verzoeker partijdig of vooringenomen is ten aanzien van de voortzetting van de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak. De wijze waarop de rechter bij aanvang van de zitting melding heeft gemaakt van de lange duur van de procedure en de omstandigheid dat verzoeker op dat moment niet over een adres beschikte, leidt niet tot een ander oordeel.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- I. Doves
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
