ECLI:NL:RBDHA:2020:121
Rechtbank Den Haag · 03-01-2020 · zaaknummer NL19.31004
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw is - nadat verweerder een beslissing heeft genomen op de herhaalde asielaanvraag - onrechtmatig. De bewaring is op dat moment immers niet meer noodzakelijk met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag van eiser. Het betoog van verweerder dat het begrip ‘verzoek om internationale bescherming’ in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn zo moet worden opgevat dat dat tevens een grondslag biedt voor de bewaring tijdens de fase van de rechterlijke toetsing volgt de rechtbank niet. De rechtbank ziet geen aanleiding het oordeel van de Afdeling, zoals gegeven in de uitspraken van 5 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1710) en 15 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3442), niet te volgen. De rechtbank twijfelt niet over de uitleg van de bepaling van artikel 8, derde lid, van de Opvangrichtlijn en ziet geen aanleiding om daarover prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
