ECLI:NL:RBDHA:2020:11841
Rechtbank Den Haag · 20-11-2020 · zaaknummer 09/090939-18
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer tegen het hoofd te schoppen toen deze in een kwetsbare positie op de grond lag. Hierdoor had hij het slachtoffer ernstig kunnen verwonden aan een kwetsbaar lichaamsdeel. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Hij heeft samen met de medeverdachten de confrontatie met aangevers opgezocht en hierbij geweld gebruikt. Er is sprake van een ernstige overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM (die termijn is met meer dan een jaar overschreden) en deze overschrijding moet naar het oordeel van de rechtbank gevolg hebben voor de op te leggen straf. Alles overwegende ziet de rechtbank aanleiding om géén onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. In plaats daarvan zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 180 uur.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- R. van Geloven
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
