Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:11491

Rechtbank Den Haag · 09-11-2020 · zaaknummer NL20.18754

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 13-11-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft op 9 oktober 2020 aan eiser de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw opgelegd en daarbij overwogen dat een significant risico bestaat dat eiser onderduikt. Op dat moment bestond namelijk een indicatie dat de Dublinverordening op eiser van toepassing was. Nadat was geconstateerd dat de Dublinverordening niet van toepassing was op eiser, heeft verweerder op 23 oktober 2020 een besluit genomen om de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw op te leggen, dan wel voort te zetten, zonder nog langer aanwezigheid van een significant risico te beoordelen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat verweerder geen nieuw besluit had hoeven nemen. De rechtbank oordeelt dat in gevallen als de onderhavige geen sprake is van een nieuw besluit en evenmin van een wijziging van de juridische grondslag van de maatregel, maar slechts van de inhoudelijke vereisten voor het opleggen daarvan. De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Dat kan alleen bestaan als de vreemdeling de eerdere oplegging van de maatregel, waarin de Dublinverordening (nog) van toepassing werd geacht, nog niet ter beoordeling aan de rechtbank heeft voorgelegd, of indien hij de eerdere oplegging van de maatregel wel in beroep aan de rechtbank heeft voorgelegd, maar na de wijziging van de vereisten van de maatregel deze wijziging ook door de rechtbank wil laten beoordelen. Daartoe moet de vreemdeling dan wel gronden richten tegen het niet langer van toepassing achten van het derde vereiste. Omdat eiser de oplegging van de maatregel eerder in beroep ter toetsing aan de rechtbank heeft voorgelegd en hij in het onderhavige beroep niet heeft aangevoerd dat het beleid van WI 2020/9 kennelijk onredelijk is en geen gronden heeft gericht tegen het feit dat verweerder het derde vereiste niet langer van toepassing acht, heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang. Het beroep is niet-ontvankelijk, maar de rechtbank ziet wel aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.