ECLI:NL:RBDHA:2020:10926
Rechtbank Den Haag · 13-10-2020 · zaaknummer NL20.7370 en NL20.17749
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart het beroep tegen de HTL-plaatsing gegrond, omdat in het besluit niet staat wanneer de maatregel ingaat. Nu de maatregel voor een bepaalde duur wordt opgelegd, moet voor eiser duidelijk zijn wanneer de maatregel uiterlijk eindigt. De rechtbank vindt dit des te meer van belang, omdat de artikel 56-maatregel is gestoeld op het besluit tot plaatsing in de HTL. Ook het beroep tegen de artikel 56 maatregel is gegrond
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
