ECLI:NL:RBDHA:2020:10457
Rechtbank Den Haag · 13-10-2020 · zaaknummer AWB - 20 _ 1580 V
Inhoudsindicatie
BPM. Voldoening op aangifte. Beroep kennelijk ongegrond. Niet met de benodigde feiten aannemelijk gemaakt dat de BPM zou moeten worden verminderd. Vastgesteld is dat de redelijke termijn van berechting met 15 maanden is overschreden en een schadevergoeding van € 1.500 toegekend wordt te betalen door verweerder. Tevens is er recht op een proceskostenvergoeding van € 525, vergoeding van het griffierecht van € 338 en naar aanleiding van het verzoek om wettelijke rente is vermeld dat indien niet binnen 4 weken na de datum van de buiten-zittinguitspraak uitbetaling plaats vindt, er recht is op een vergoeding van wettelijke rente. Verzet ongegrond. Als de bestuursrechter van oordeel is dat het beroep kennelijk ongegrond is kan hij met toepassing van art. 8:54 Awb uitspraak doen zonder zitting. De toepassing van art. 8:54 Awb is een discretionaire bevoegdheid van de bestuursrechter en niet in strijd met het recht van Unie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
