ECLI:NL:RBDHA:2020:10451
Rechtbank Den Haag · 13-10-2020 · zaaknummer AWB - 20 _ 1281 V
Inhoudsindicatie
BPM. Voldoening op aangifte. Beroep kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat de hoorplicht is geschonden, dat de belastingheffing in stijd is met het Unierecht is niet gemotiveerd. Vastgesteld is dat de redelijke termijn van berechting met 18 maanden is overschreden en een schadevergoeding van € 1.500 toegekend wordt te betalen door verweerder. Tevens is er recht op een proceskostenvergoeding van € 525, vergoeding van het griffierecht van € 170. Verzet ongegrond. De rechtbank heeft niet miskend dat belanghebbende lopende de procedure bezwaren kan indienen. De rechtbank heeft belanghebbende immers bij brief de mogelijkheid gegeven om binnen 4 weken de gronden van het beroep mee te delen en dat heeft hij ook gedaan. Als de bestuursrechter dan van oordeel is dat het beroep kennelijk ongegrond is kan hij met toepassing van art. 8:54 AWB uitspraak doen zonder zitting. De toepassing van art. 8:54 AWB is niet in strijd met het recht van Unie en de nationaal rechter is bevoegd te beslissen op het geschil. Vastgesteld wordt dat op het moment van de uitspraak op verzet de redelijke termijn van berechting verder overschreden is met enkele maanden maar niet meer dan een half jaar en daarom een aanvullende schadevergoeding van € 500 wordt toegekend, te betalen door de Staat (de minister voor Rechtsbescherming). Tevens is daardoor recht op een proceskostenvergoeding van € 262,50, waarbij een wegingsfactor 0,5 is toegepast, omdat de toekenning uitsluitend voortvloeit uit de toewijzing van het verzoek om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Naar aanleiding van het verzoek om wettelijke rente is vermeld dat voor de uitbetaling van de schadevergoeding en proceskostenvergoeding, wettelijke rente is verschuldigd vanaf 4 weken na de openbaarmaking van de uitspraak op verzet tot aan de dag van de algehele voldoening.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
