ECLI:NL:RBDHA:2020:10397
Rechtbank Den Haag · 16-10-2020 · zaaknummer C/09/595188 / JE RK 20-1523
Inhoudsindicatie
Naarmate een pleeggezinplaatsing in het gedwongen kader langer duurt, wordt steeds belangrijker dat duidelijk geregeld is welke bevoegdheden de ouders (nog) hebben, welke de GI die belast is met de uitvoering van de maatregelen en welke bevoegdheden de pleegouders en het pleegkind hebben. Hoe bijvoorbeeld te handelen als pleegouders met hun pleegkind uitstapjes willen maken of voor korte of langere duur op vakantie willen, al dan niet naar het buitenland, en de ouders van dat pleegkind daarvoor geen toestemming geven? Is die toestemming wel nodig, kunnen de pleegouders daar eventueel zelfstandig over beslissen en/of valt dat onder de reikwijdte van de machtiging tot uithuisplaatsing, zodat de instemming van de GI voldoet? Kinderrechters blijken van mening te verschillen over deze kwestie. Om die reden stelt de rechtbank prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Advocaten
- E.M. de Lange
- H.P.J. van Eerden
- I. Aardoom-Fuchs
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
