ECLI:NL:RBDHA:2020:10145
Rechtbank Den Haag · 31-08-2020 · zaaknummer C/09/598392 / KG RK 20-1064
Inhoudsindicatie
Afwijzing (tweede) wrakingsverzoek + wrakingsverbod opgelegd. Na voortzetting van de inhoudelijke behandeling heeft verzoeker onder verwijzing naar een advies van een GGD-arts d.d. 4 februari 2019 aangegeven dat hij twee keer per week maximaal drie uur belast mag worden. Verzoeker heeft aangegeven niet meer in staat te zijn om op goede wijze de zitting te houden en heeft om aanhouding verzocht op grond van zijn gezondheidstoestand en aangegeven dat dit niet hetzelfde verzoek is als eerder al is gedaan omdat het eerdere verzoek was gebaseerd op een gebrek aan juridische bijstand. Nadat de rechter heeft geantwoord dat het rapport van begin 2019 is en weinig over de stand van zaken op dit moment zegt, heeft verzoeker de rechter opnieuw gewraakt zonder nadere motivering. De beslissing van de rechter tot afwijzing van het verzoek om de behandeling van de 28 zaken van aan te houden, betreft een procedurele beslissing. De vraag of die procedurele beslissing al dan niet juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure. Een wrakingsverzoek is immers niet bedoeld als verkapt rechtsmiddel tegen de inhoud van een dergelijke beslissing. Onwelgevallige procesbeslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek als sprake is van een flagrante schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen, en als die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken rechter. Verzoeker heeft niet aangegeven waarin die flagrante schending gelegen zou zijn en van een dergelijke flagrante schending is naar het oordeel van de wrakingskamer in deze zaak ook niet gebleken. De wrakingskamer overweegt hiertoe als volgt. Verzoeker heeft verwezen naar een ruim anderhalf jaar oud advies van de GGD over het arbeidsvermogen van verzoeker. De wrakingskamer acht het niet onbegrijpelijk, laat staan vooringenomen, dat de rechter de inhoud van deze brief onvoldoende heeft geacht voor het verlenen van een nadere aanhouding. Dee inhoud van de brief is immers niet maatgevend voor de vraag of verzoeker op 25 augustus 2020 al dan niet in staat was een zitting bij te wonen. De medische stukken die verzoeker per e-mail van 31 augustus 2020 heeft toegestuurd aan de wrakingskamer zijn voor de beoordeling van de wraking verder niet relevant, omdat verzoeker deze stukken niet tijdens de zitting aan de rechter heeft overhandigd en dus ook niet aan zijn aanhoudingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Het wrakingsverzoek zal dan ook worden afgewezen. Gezien de proceshouding van verzoeker bestaat de gegronde vrees dat hij opnieuw een wrakingsverzoek in dezelfde zaken zal indienen. De wrakingskamer bepaalt om die reden dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaken niet meer in behandeling wordt genomen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
