Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2020:10035

Rechtbank Den Haag · 07-10-2020 · zaaknummer NL20.16233

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 07-10-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublin Roemenië – tussenuitspraak – verweerder moet zich nader vergewissen - de rechtbank verwijst naar de tussenuitspraak van 30 september 2020 in een vergelijkbare zaak – het verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2020 volstaat niet als motivering dat in de onderhavige zaak mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank acht, gelet op de verschillende grondslagen tussen het claimverzoek en het claimakkoord, de vaststelling dat niet blijkt uit het dossier dat eiser in Roemenië is gehoord over zijn asielmotieven en de door hem overgelegde informatie over de gevolgen als hij zou zijn gehouden een opvolgende aanvraag in te dienen in Roemenië, het noodzakelijk nader te worden geïnformeerd over de stand waarin de asielprocedure zich na een mogelijke overdracht zal bevinden. De rechtbank kan de vraag of verweerder in de procedure van eiser onverkort kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Roemenië en of van hem kan en mag worden verwacht dat hij in Roemenië klaagt pas beoordelen nadat de feiten zijn vastgesteld. Aan verweerder kan worden toegegeven dat eiser zijn gestelde detentie niet met documenten kan onderbouwen. De rechtbank overweegt dat verweerder hiermee echter een te zware bewijslast bij eiser legt. Indien mocht blijken dat de Roemeense autoriteiten asielzoekers na grensoverschrijding zonder wettelijke grondslag detineren totdat de vingerafdrukken worden afgestaan, zich daarbij schuldig maken aan ernstige mishandelingen en de vreemdeling aansluitend onder uitreiking van een schriftelijk bevel sommeren het land binnen 48 uur te verlaten is het namelijk weinig realistisch om te verwachten dat de Roemeense autoriteiten deze mogelijke onrechtmatige detentie op schrift zullen stellen en zullen uitreiken aan de vreemdeling om hem daarmee in staat te stellen zijn verweer tegen een overdrachtsbesluit in een andere lidstaat te onderbouwen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel ontslaat verweerder niet van zijn gehoudenheid om een kritische grondhouding aan te nemen ten aanzien van de andere lidstaten als hem uit openbare informatie genoegzaam bekend is en/of kan zijn dat wellicht sprake is van het niet voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit de Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn, de Procedurerichtlijn, het Handvest en het EVRM. Verweerder zal dit ook moeten betrekken bij zijn standpunt of van eiser daadwerkelijk kan worden verwacht dat hij in Roemenië klaagt, ondanks dat het vaste jurisprudentie is dat dit in zijn algemeenheid wel kan worden verwacht van vreemdelingen. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen zich nader te vergewissen van de door eiser gestelde feiten en omstandigheden voor zover hij heeft verklaard dat hij is gedetineerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.