ECLI:NL:RBDHA:2019:9616
Rechtbank Den Haag · 26-06-2019 · zaaknummer 19/1498
Inhoudsindicatie
visum kort verblijf; schending hoorplicht; art. 32 Visumcode Verweerder heeft eisers aanvraag tot verlening van een visum kort verblijf voor verblijf bij referente in Nederland geweigerd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser zijn relatie met referente, het doel van zijn verblijf en zijn sociale en economische binding met Gambia onvoldoende heeft aangetoond en aannemelijk heeft gemaakt. Pas in het bestreden besluit heeft verweerder geconcretiseerd welke onderbouwing en toelichting van eiser werd verwacht. Eiser had op voornoemde onderdelen al bij de aanvraag en in bezwaar ten minste enig inzicht gegeven. Tegen deze achtergrond had verweerder aanleiding moeten zien om eiser op zijn bezwaar te horen, zodat eiser op de door verweerder geconstateerde onduidelijkheden een nadere toelichting kon geven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
