ECLI:NL:RBDHA:2019:9504
Rechtbank Den Haag · 06-09-2019 · zaaknummer NL19.19485
Inhoudsindicatie
Opkomen tegen de inhoud van de M113 is niet mogelijk bij een beroep tegen de maatregel van bewaring – indien het beroep ter zitting wordt behandeld ondanks dat verweerder de maatregel heeft opgeheven en schadevergoeding en proceskostenvergoeding heeft aangeboden ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om af te zien van het toekennen van proceskosten voor de aanwezigheid ter zitting – de rechtbank kent ambtshalve een meer omvattende proceskostenveroordeling dan gevraagd toe – de rechtbank kent (ambtshalve) ook schadevergoeding toe voor de onrechtmatig ondergane detentie op de dag van de opheffing van de maatregel. De rechtbank overweegt dat aan de orde is het beroep tegen het besluit waarbij de maatregel van bewaring is opgelegd en niet een beroep tegen de opheffing. De rechtbank toetst ook enkel de gronden tegen de oplegging en de voortduring van de maatregel tot aan de opheffing. Wat daarna feitelijk aan de orde is geweest staat niet ter toetsing door de rechter in een bewaringszaak. Voor zover bovendien al gevolgd zou moeten worden dat de M113, waarin mededeling wordt gedaan van de opheffing en de aanleiding daarvoor, een aanzegging dient te bevatten om zich naar Ter Apel te begeven of om het land te verlaten valt niet, zonder nadere onderbouwing, in te zien dat een dergelijke mededeling op rechtsgevolg is gericht en dus een besluitonderdeel zou zijn waartegen beroep is opengesteld. Gelet hierop is het ontbreken van de aanzegging aan eiser om naar Ter Apel te gaan geen weigering om een (deel)besluit te nemen. Ook om deze reden kan niet worden opgekomen tegen de opheffing van de maatregel voor zover de M113 geen aanzegging aan eiser bevat waar hij zich dient te vervoegen. Het beroep zal voor zover het geen betrekking heeft op de oplegging en voortduring tot aan de opheffing van de maatregel dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet gelet op het inhoudelijke betoog, het gestelde belang hiervan voor eiser en het debat op zitting geen enkele aanleiding om af te wijken van de gebruikelijke samenstelling van de proceskostenveroordeling. Op geen enkel moment en op geen enkele wijze is door gemachtigde, door na opheffing van de maatregel van bewaring het beroep te handhaven, de schijn gewekt dat het verschijnen ter zitting een ander belang dient dan uitsluitend het belang van eiser. De rechtbank zal dan ook –ambtshalve- overgaan tot een proceskostenveroordeling die meer omvat dan is verzocht door gemachtigde en zal het afstand doen van een deel van de proceskostenveroordeling niet honoreren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
