ECLI:NL:RBDHA:2019:8394
Rechtbank Den Haag · 09-08-2019 · zaaknummer NL19.17598
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: maatregel van bewaring, vervolgberoep, kennisgeving Wetsartikelen: artikel 94, eerste lid, Vw Samenvatting: Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel. Er heeft nooit een eerste beroep tegen deze maatregel gediend bij de rechtbank. Uit de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2018 volgt dat de rechtbank ambtshalve moet toetsen of is voldaan aan de in artikel 94, eerste, vierde en vijfde lid, van de Vw bedoelde termijnen. De rechtbank is van oordeel dat deze ambtshalve toets ook moet worden uitgevoerd als eiser, zoals in dit geval, een vervolgberoep heeft ingesteld. Op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw, moet verweerder uiterlijk op de achtentwintigste dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel, de rechtbank hiervan in kennis stellen als de betrokkene niet zelf beroep heeft ingesteld. Uit de maatregel van 21 juni 2019 volgt dat deze onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. Verweerder had de rechtbank daarom uiterlijk op 19 juli 2019 in kennis moeten stellen van de opgelegde maatregel. Eiser heeft geen beroep ingesteld tegen het opleggen van de maatregel van 21 juni 2019 en verweerder heeft de rechtbank niet in kennis gesteld van de op 21 juni 2019 opgelegde maatregel. Het niet tijdig verzenden van een kennisgeving leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel vanaf de dag volgend op de dag waarop de termijn voor het doen van een kennisgeving is geëindigd. De maatregel is daarom vanaf 20 juli 2019 onrechtmatig. Dit beroep moet, gelet op het voorgaande, als eerste beroep worden aangemerkt, waardoor er hoger beroep mogelijk is tegen deze uitspraak. Verder kan van het in persoon horen van eiser worden afgezien omdat eiser daardoor onnodig langer in bewaring zou worden gehouden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
