Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:8393

Rechtbank Den Haag · 14-08-2019 · zaaknummer NL19.5572

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 15-08-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: feitelijke handeling aanzegging, opvang beëindigd, COA, geen besluit Wetsartikelen: artikel 5 Rva, art 45 van de Vw, art 3 Rva, art 5, tweede lid, Wet COA Van belang is of met de feitelijke beëindiging van de opvang in het AZC Schalkhaar, een verandering in de rechtspositie van eisers is ontstaan. Artikel 5 van de Rva ziet op een recht op opvang dat is verkregen door de asielaanvraag. Dat recht als gevolg van de asielaanvraag is geëindigd (een dag) na de afwijzende beslissing op de opvolgende asielaanvraag van 21 februari 2019. De vertrektermijn was namelijk al verstreken. Verder was er geen sprake van een situatie waarin de uitzetting op grond van de Vw achterwege moest blijven. Vanaf de verlening van een verblijfsvergunning regulier op 27 februari 2019 is immers het terugkeerbesluit van 27 juli 2017 niet langer geldig. Van uitstel van uitzetting was daarom geen sprake. Er is dus geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 5 van de Rva. Eisers hadden door de verblijfsvergunning regulier recht op opvang op grond van artikel 3, derde lid, aanhef en onder c, van de Rva, in afwachting van het vinden van een passende huisvesting. Er is geen woonruimte in een gemeente gezocht, gelet op de korte duur van de verleende verblijfsvergunning. Eisers konden, zolang de verblijfsvergunning duurde, in het AZC Schalkhaar verblijven. Gelet op het bepaalde in artikel 45, vierde lid, van de Vw, treedt het rechtsgevolg van het besluit op de asielaanvraag dat de verstrekkingen zijn beëindigd, opnieuw in na afloop van de duur van de verblijfsvergunning regulier. Het recht op opvang eindigt met het verlopen van de verblijfsvergunning regulier. In afwachting van het besluit op de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning regulier, hebben eisers rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder g, van de Vw. Die vorm van rechtmatig verblijf is niet vermeld in de limitatieve opsomming in artikel 3, tweede en derde lid, van de Rva, van categorieën asielzoekers die recht hebben op opvang. Eisers hebben daarom hangende de aanvraag tot verlenging geen recht op opvang. Eisers hebben vanaf 17 juli 2019 geen recht op opvang meer. Met de aanzegging heeft verweerder uitsluitend mededeling gedaan van de, uit het besluit van 21 februari 2019 voortvloeiende, van rechtswege ingetreden of intredende gevolgen. De aanzegging is dan ook geen voor bezwaar of beroep vatbaar besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De aanzegging is ook geen rechtens relevante handeling van verweerder in de zin van artikel 5, tweede lid, van de Wet COA, omdat deze louter strekt tot uitvoering van het eerder genoemde rechtsgevolg. Daarom is de aanzegging in zoverre slechts een informatieve mededeling over het eindigen van het verblijf in de centrale opvanglocatie.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.