ECLI:NL:RBDHA:2019:8299
Rechtbank Den Haag · 19-06-2019 · zaaknummer NL19.13558
Inhoudsindicatie
De termijn van ophouding is met ruim twee uur overschreden. Dat is geen geringe overschrijding, terwijl niet kan worden ingezien waarom het gehoor pas 9 minuten voor afloop van de termijn van ophouding is aangevangen. Daarnaast heeft verweerder ter zitting niet betwist dat eiser drie keer per week omgang heeft met zijn Nederlandse zoon van 1,5 jaar oud. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de belangen gediend met de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de gebreken en de daardoor geschonden belangen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
