ECLI:NL:RBDHA:2019:8273
Rechtbank Den Haag · 16-08-2019 · zaaknummer 09/842034-19
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft meerdere chemische stoffen aanwezig gehad waarmee hij zelf vuurwerk wilde maken en dit vuurwerk vervolgens tot ontploffing wilde brengen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit, te weten het treffen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen, voorhanden hebben en tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk. De rechtbank acht dit feit echter niet strafbaar, omdat de wet geen bevoegdheid geeft om voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit strafbaar te stellen. De verdachte wordt ten aanzien van dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.
Advocaten
- W.S. Korteling
Officier van justitie
- M.C. Stolk
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
