ECLI:NL:RBDHA:2019:7993
Rechtbank Den Haag · 05-07-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 8356
Inhoudsindicatie
In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het verkochte kan worden aangemerkt als (zelfstandig gedeelte van een) onderneming in de zin van artikel 37d van de Wet OB en of het motiveringsbeginsel is geschonden. De rechtbank is van oordeel dat artikel 37d van de Wet OB niet van toepassing is op het verkochte. De percelen grond waarop het glastuinbedrijf met installaties en overige onroerende zaken stonden vormen geen (zelfstandig deel van een) onderneming. De rechtbank is van oordeel dat eiser bij ontvangst van de naheffingsaanslag kon weten welke belasting werd nageheven, over welk tijdstip werd nageheven en waarom werd nageheven. De rechtbank is van oordeel dat eisers stelling dat het motiveringsbeginsel is geschonden, geen stand houdt. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd, het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
