ECLI:NL:RBDHA:2019:7815
Rechtbank Den Haag · 29-07-2019 · zaaknummer C/09/576519 / KG RK 19-996
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek: Gelet op de algemene bewoordingen van de gewraakte opmerking en de context waarin deze is gemaakt, kan de wrakingskamer deze niet anders interpreteren dan dat er ‘ooit’ onbegeleid contact tussen de vader en de minderjarige zal moeten plaatsvinden. Het komt de wrakingskamer voor dat de rechter daarmee niet anders dan een confronterende stelling heeft willen poneren met het doel om met partijen het gesprek aan te gaan over de kern van de - langdurige - rechtsstrijd: de vraag of er nog beletselen zijn voor het op zo kort mogelijke termijn realiseren van onbegeleide omgang. Gelet op de hiervoor geschetste familierechtelijke aard en het stadium van de hoofdprocedure, is de wrakingskamer van oordeel dat de rechter zich een dergelijk actieve houding jegens partijen kan veroorloven zonder daarmee de schijn van partijdigheid te wekken. Niet is gebleken dat de rechter geen acht heeft geslagen op de stellingen van verzoekster noch van andere omstandigheden die de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- H.J. Naber
- K.M. Braun
- L.E. Toet
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
