ECLI:NL:RBDHA:2019:7812
Rechtbank Den Haag · 15-07-2019 · zaaknummer C/09/576568 / KG RK 19-1001
Inhoudsindicatie
• De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk. De omstandigheden die tot de wraking hebben geleid zien hebben vooral betrekking op de gebeurtenissen rond en tijdens het kindgesprek van de rechter met de minderjarige op 26 oktober 2018. Dat betekent dat de termijnen [voor het indienen van het wrakingsverzoek] op 26 oktober 2018 en 6 en 12 november 2019 zijn gaan lopen en dat deze met de indiening van het wrakingsverzoek op 5 juli 2019 in aanzienlijke mate zijn overschreden. • De wrakingskamer ziet voorts aanleiding om verzoeker een verbod op te leggen om de rechter nog te wraken. Verzoeker heeft in ieder geval tweemaal zijn beklag gedaan over de rechter bij de President van de Rechtbank, eenmaal bij de Nationale Ombudsman en eenmaal bij de Procureur-Generaal van de Hoge Raad. Vervolgens heeft hij een verschoningsverzoek ingediend bij de rechter. Toen dat alles niet had geleid tot het gewenste resultaat, heeft verzoeker het wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker het wrakingsinstrument heeft ingezet als een uiterste poging om zijn gelijk te halen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G.A. Nandoe-Tewarie
- J.M. Wigman
- K.M. Braun
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
