ECLI:NL:RBDHA:2019:7600
Rechtbank Den Haag · 22-07-2019 · zaaknummer NL18.19332
Inhoudsindicatie
Teruggewezen zaak. In rechte staat vast dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de Syrische oproerpolitie in de periode dat eiser daar als dienstplichtig soldaat werkzaam was zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan mensenrechtenschendingen en daarmee een organisatie is die zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Ook staat in rechte vast dat verweerder terecht heeft aangenomen dat sprake is van ‘knowing participation’ en ‘personal participation’. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers betoog dat hij zich in een overmachtssituatie bevond niet ten onrechte niet aannemelijk heeft geacht. In het licht van de aangevoerde omstandigheden en gezien de in het kader van artikel 1(F) gegeven overwegingen, ziet de rechtbank grond om de in bestreden besluit gegeven motivering toereikend te achten om de in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 2 mei 2018 (ECLI:EU:C:2018:296) gegeven toets - of eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt - te doorstaan.
Advocaten
- P. Bouman
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
