ECLI:NL:RBDHA:2019:7315
Rechtbank Den Haag · 17-07-2019 · zaaknummer AWB 19/5384
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening connex aan bezwaar tegen de feitelijke overdracht aan Duitsland. De overdracht vindt plaats voordat verzoeker de mogelijkheid heeft gehad om aangifte te doen van mensenhandel. Het verzoek wordt afgewezen. De uitkomst in de Dublinprocedure staat voorop. Verweerder mag, indien de vreemdeling in Nederland niet tijdig voor zijn overdracht aangifte van mensenhandel heeft kunnen doen, er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals dat in het kader van de Dublinprocedure in rechte is komen vast te staan, op vertrouwen dat Duitsland zijn Unierechtelijke en (andere) internationale verplichtingen zal nakomen, ook ten opzichte van verzoeker, en dat hieruit volgt dat verweerder ervan uit mag gaan dat verzoeker in Duitsland alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld om aangifte te doen van mensenhandel. De belangen van verzoeker zijn in zoverre ook bij die verantwoordelijke lidstaat gewaarborgd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
