ECLI:NL:RBDHA:2019:7310
Rechtbank Den Haag · 19-07-2019 · zaaknummer AWB 19/4654
Inhoudsindicatie
Afwijzing van aanvragen om een vvr bepaalde tijd en een vvr onbepaalde tijd, terugkeerbesluit en inreisverbod voor 20 jaar. Verzoeker is bij vonnis van 14 januari 2019 door de meervoudige strafkamer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, vanwege het plegen van een terroristisch misdrijf. Zijn Nederlanderschap is als gevolg daarvan ingetrokken. De intrekking Nederlanderschap staat in deze procedure niet ter toetsing. Het gebruik van de bevoegdheid om de aanvragen o.a. vanwege het gevaar voor de openbare orde af te wijzen is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Verzoeker stelt dat hij tot inkeer is gekomen, maar niet is gebleken dat het gevaar voor de openbare orde zich niet langer voordoet. Bij het opleggen van die voorwaarde ging de meervoudige strafkamer nog uit van de Nederlandse nationaliteit van verzoeker en heeft zij gedaan wat zij nodig achtte om de Nederlandse samenleving te beschermen tegen verzoeker. Met de intrekking van de Nederlandse nationaliteit is die situatie gewijzigd. Het volgen van een reclasseringstraject kan alleen aan de orde zijn indien sprake is van rechtmatig verblijf. Verzoeker heeft geen rechtmatig verblijf. Een situatie als bedoeld in paragraaf A3/6.3 van de Vc, waarin toestemming van de officier van Justitie nodig is, voordat een terugkeerbesluit kan worden genomen, doet zich niet voor. Het terugkeerbesluit is daarom geen doorkruising van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Hetgeen verzoeker in het kader van het inreisverbod heeft aangevoerd over discriminatie van bipatride Nederlanders ten opzichte van monopatride Nederlanders, ziet op de intrekking van het Nederlanderschap en kan in deze procedure niet aan de orde komen. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie zouden moeten leiden dat verweerder een inreisverbod niet mocht opleggen of enkel een inreisverbod met een kortere duur mocht opleggen. Afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
