Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:7267

Rechtbank Den Haag · 10-07-2019 · zaaknummer 19.14572

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 18-07-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De asielaanvraag van eiser is op 23 juni 2019 afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. Ingevolge artikel 82, tweede lid, aanhef en onder c, Vw wordt de werking van het besluit daarmee niet opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of op het beroep is beslist. Ook is geen sprake van een rechterlijke beslissing waarin is bepaald dat uitzetting van eiser achterwege dient te blijven totdat op het beroepschrift is beslist. Eiser had dus vanaf 23 juni 2019, de datum waarop tevens de maatregel van bewaring is opgelegd, geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw, zodat verweerder geen toepassing kon en mocht geven aan het bepaalde in artikel 59b, eerste lid, Vw. De verwijzing van verweerder naar de beschikking inzake C., J. en S. maakt dit oordeel niet anders. Uit deze beschikking en uit het arrest van 19 juni 2018 (C-181/16, Gnandi; ECLI:EU:C:2018:465) volgt dat het verblijf van een vreemdeling, direct nadat de afwijzing van de asielaanvraag is vastgesteld, illegaal is geworden in de zin van de Terugkeerrichtlijn, maar dat deze desondanks gedurende de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel en, indien tijdig een rechtsmiddel is ingesteld totdat op het rechtsmiddel is beslist, op het grondgebied van de lidstaat mag blijven. Dit is niet gelijk te stellen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding om door middel van richtlijnconforme interpretatie te trachten de Nederlandse situatie in overeenstemming te brengen met het unierecht. Het is aan de wetgever om de Vw in overeenstemming te brengen met de jurisprudentie van het Hof en de (overige) bepalingen van unierecht. Het voorgaande betekent dat verweerder de maatregel van artikel 59b, eerste lid, Vw niet aan eiser heeft kunnen opleggen na afwijzing van diens asielaanvraag.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.