ECLI:NL:RBDHA:2019:6578
Rechtbank Den Haag · 02-07-2019 · zaaknummer C-09-574794-KG ZA 19-510
Inhoudsindicatie
Kort geding. Eiser gebruikt cannabis als pijnbestrijdingsmiddel en kweekt daarvoor zelf cannabis. Hij vordert dat de Staat wordt verboden tot inbeslagname van cannabisplanten bij hem over te gaan. Bezit van cannabisplanten is op grond van de Opiumwet strafbaar. In uitzonderlijke omstandigheden kan het bezit van cannabis toch gerechtvaardigd worden geacht, in geval van een noodtoestand. Indien aannemelijk is dat een beroep op deze noodtoestand door de strafrechter zal worden aanvaard, kan dat aanleiding vormen de vordering van eiser in dit kort geding toe te wijzen. De strafrechter heeft in eerste aanleg al geoordeeld dat aan eiser geen beroep op deze noodtoestand toekomt, omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat eiser alleen baat heeft bij zijn eigen geteelde cannabissoort en dat de legaal verkrijgbare soorten van medicinale cannabis of de in de coffeeshop verkrijgbare varianten hem onvoldoende verlichting van zijn pijnklachten geven. Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De voorzieningenrechter moet zijn oordeel in beginsel afstemmen op het oordeel van de strafrechter in eerste aanleg en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het beroep op de noodtoestand in hoger beroep wel zal worden aanvaard. De vordering van eiser wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A.Th
- B.G.M.C. Peters
- M. ten Broeke
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
