ECLI:NL:RBDHA:2019:6336
Rechtbank Den Haag · 26-06-2019 · zaaknummer C/09/573722 / KG RK 19-758
Inhoudsindicatie
Verzoekster was van mening dat de rechter partijdig zou zijn, omdat de rechter ter terechtzitting haars inziens een (te) informele wijze van communiceren hanteerde. Tevens heeft de verzoekster aangevoerd dat de rechter vóór haar dacht door te zeggen dat verzoekster het lastig zou vinden om te reageren en haar raadsvrouw eerst moest reageren op wat de belanghebbende zei, terwijl verzoekster rustig was en zelf wilde reageren. Verder heeft verzoekster aangevoerd dat de rechter begon over het lage inkomen en de schulden van belanghebbende en de aanvaardbaarheidstoets zonder dat de wederpartij daarover iets had gezegd. De rechter vulde begrippen zelf in en legde woorden in de mond van de advocaat van belanghebbende dan wel in die van belanghebbende zelf. Voor zover de toelichting van verzoekster ziet op de, volgens haar te informele en ongelukkige, manier waarop zij door de rechter is bejegend, geldt dat de wrakingsprocedure niet is bedoeld voor dergelijke klachten. Voor zover verzoekster de rechter partijdig acht vanwege haar informele aanpak en woordkeuze en omdat de raadsvrouw in plaats van verzoekster het woord gaf, overweegt de wrakingskamer als volgt. De regierol van de rechter brengt mee dat het de rechter vrij staat om op meer formele of informele wijze zijn of haar taak ter zitting uit te oefenen en daarbij passende bewoordingen ter zitting te kiezen en te bepalen welke partij wanneer het woord krijgt. Daarbij wordt van de rechter verwacht ter zitting niet-juridische termen te gebruiken die voor partijen zelf begrijpelijk zijn en kan hij of zij klare taal spreken die in voorkomend geval confronterend voor (een van) partijen kan zijn. Hetgeen door verzoekster is aangevoerd past binnen de vrijheid van de rechter om zijn of haar regierol invulling te geven. Wat betreft de gestelde invulling van begrippen door de rechter en het door de rechter beginnen over onderwerpen die niet door de wederpartij zijn genoemd, is de wrakingskamer van oordeel dat deze grond ook niet tot (een objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid jegens verzoekster kan leiden. Het is immers juist de taak van de rechter om argumenten van partijen juridisch te kwalificeren en die in het juiste juridische kader te plaatsen.
Rechters
Advocaten
- M.C. Schmidt
- M.J.C. Dijkstra
- M.T. Wernsen
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
