ECLI:NL:RBDHA:2019:5879
Rechtbank Den Haag · 07-06-2019 · zaaknummer C/09/573480 / KG RK 19-735
Inhoudsindicatie
Het wrakingsverzoek is afgewezen. - Uit een opmerking die de rechter heeft gemaakt over de schuldverdeling blijkt niet dat zij jegens verzoeker vooringenomen was of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd was. - Verzoeker wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat hij nog in de gelegenheid had moeten worden gesteld om zich nader uit te laten, nadat de rechter een voorlopig oordeel had gegeven. - Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in de bejegening (de schijn van) partijdigheid van de rechter besloten ligt, zijn gesteld noch gebleken. - De vergissing die de wrakingskamer heeft gemaakt bij de verzending van de oproep voor de wrakingszitting is niet aan de rechter in de hoofdzaak toe te rekenen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
