ECLI:NL:RBDHA:2019:5481
Rechtbank Den Haag · 25-05-2019 · zaaknummer AWB 19/4101
Inhoudsindicatie
Nu de voorgenomen overdracht van verzoeker berust op een werkwijze van verweerder die hem zonder wettelijke grondslag het recht ontzegt om in Nederland een verblijfsvergunning aan te vragen en de beslissing op die aanvraag in Nederland af te wachten, is de voorgenomen overdracht naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig. Het bezwaar van verzoeker heeft daarom een redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen, in die zin dat verweerder verzoeker niet mag uitzetten voordat hij in Nederland aangifte heeft gedaan. Uit 6.3 volgt dat verzoeker de beslissing op de aanvraag die door deze aangifte tot stand komt in beginsel in Nederland mag afwachten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
