Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:5206

Rechtbank Den Haag · 17-05-2019 · zaaknummer 19_383

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 22-05-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op grond van de artikelen 3.100, eerste lid, onder a, 3.101, eerste lid, onder a en 3.146, eerste lid, van de Wet IB 2001 wordt een AOW-uitkering geacht te zijn genoten op het moment waarop de uitkering is ontvangen, verrekend, ter beschikking is gesteld of vorderbaar en tevens inbaar is geworden. Eiser heeft een nabetaling van zijn AOW-uitkering ontvangen in 2015. Op grond van de aangehaalde wettelijke bepalingen behoort de nabetaling voor het gehele bedrag tot het belastbaar inkomen uit werk en woning over 2015. Het gelijk is dan aan verweerder en het beroep is ongegrond.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Belastingdienst

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Belastingdienst

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.