ECLI:NL:RBDHA:2019:4240
Rechtbank Den Haag · 18-04-2019 · zaaknummer NL19.6461
Inhoudsindicatie
Verhouding Dublin en toepassing concept Veilig land van herkomst. De vreemdeling stelt zich op het standpunt dat de staatssecretaris niet dan wel onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij ervoor heeft gekozen het regime van ‘Veilig land van herkomst’ op zijn zaak los te laten, terwijl er ook aanleiding zou kunnen zijn om de Dublinverordening op zijn zaak toe te passen. De rechtbank begrijpt niet wat de vreemdeling hiermee bedoelt en beoogt. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit gemotiveerd aangegeven dat hij het asielverzoek op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich heeft getrokken. Het HvJ EU heeft in het arrest van 30 mei 2013, Halaf, C-528/11 (ECLI:EU:C:2013:342, punt 37) over artikel 17 lid 1 van de Dublinverordening geoordeeld dat die mogelijkheid is ingevoerd opdat iedere lidstaat zelfstandig uit politieke, humanitaire of praktische overwegingen kan besluiten een verzoek om internationale bescherming te behandelen, ook al is deze lidstaat volgens de in de Dublinverordening genoemde criteria niet de verantwoordelijke lidstaat. De rechtbank verwijst in dit verband naar de brief van de staatssecretaris van 26 juni 2018 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 19 637, nr. 2413), waarin hij uitlegt dat het toepassen van “Dublin” op asielzoekers uit veilige landen meestal niet efficiënt is, omdat het in de laatste fase van fysieke overdracht van Dublinclaimanten vaak spaak loopt en dat het efficiënter kan zijn de asielaanvraag zelf af te doen. Het feit dat de vreemdeling in Zwitserland een asielaanvraag heeft gedaan en door meerdere lidstaten van de EU heeft gereisd alvorens in Nederland asiel aan te vragen, betekent dus niet dat de vreemdeling om die reden aan Zwitserland of één van die lidstaten overgedragen moet worden. Het gaat om een mogelijkheid en niet om een verplichting. Door toepassing te geven aan artikel 17 lid 1 van de Dublinverordening heeft de staatssecretaris tevens gehandeld conform zijn beleid zoals neergelegd in paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Daarin staat in welke situatie gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheid. Hieronder vallen ook proceseconomische redenen, zoals het behandelen van een asielverzoek als een vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en diens terugkeer naar het land van herkomst, na afhandeling van hert asielverzoek, binnen afzienbare tijd gewaarborgd is. Dit beleid is geheel in lijn met voornoemd arrest Halaf.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
