Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2019:3720

Rechtbank Den Haag · 15-03-2019 · zaaknummer AWB 18/8398

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 16-04-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

faciliterend visum; verblijf bij partner; duurzame relatie; doel visum Zoals verweerder ook zelf erkent in het verweerschrift, kan niet enkel worden aangenomen dat sprake is van een duurzame relatie die al ten minste zes maanden duurt wanneer de partners gedurende deze termijn een gezamenlijke huishouding voeren. Dit volgt immers niet uit het unierecht, en met name niet uit artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, Verblijfsrichtlijn. In het unierecht wordt het begrip ‘duurzame relatie’ niet nader omschreven. Het is vaste rechtspraak van het Hof dat de unierechtelijke regelgeving van afgeleid recht op het gebied van verplaatsing en verblijf niet restrictief mag worden uitgelegd. Ook uit de wetgeving of het beleid van verweerder niet volgt dat alleen sprake kan zijn van een duurzame relatie als eiser en referente minimaal zes maanden hebben samengewoond en een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. Ook in andere gevallen sprake kan zijn van een duurzame relatie, zoals in het geval van een lange afstandsrelatie of een lat-relatie, mits de relatie al ten minste zes maanden voortduurt en een en ander goed is onderbouwd. Verweerder heeft dit in het onderhavige geval miskend. Door te verlangen dat eiser aantoont gedurende zes maanden met referente te hebben samengewoond, heeft verweerder het begrip ‘duurzame relatie’ te restrictief uitgelegd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende vast is komen te staan dat eiser referente begeleidt, of zich bij haar voegt. Alleen al om die reden is verweerder van mening dat terecht is geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor een faciliterend visum. Het standpunt van verweerder op dit punt is zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Het doel van het faciliterend visum is er immers bij uitstek in gelegen dat het gezinslid van een onderdaan van de Unie, die zelf onderdaan is van een derde land, in staat wordt gesteld zich bij deze onderdaan van de Unie te voegen, of hem of haar te begeleiden naar een lidstaat. Het is daarbij niet van belang of eiser samen met referente Nederland inreist, of zich op enig ander moment bij haar voegt.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.